Een bijzondere band met de haven

Mijn Enkhuizen

In de rubriek ‘Mijn Enkhuizen’ komen Enkhuizers aan het woord die vertellen over hun leven in de Haringstad. Deze week bloemzaadman en schrijver Cees Kruk, die samen met zijn vrouw Jannie Kruk-Kooiman in het theehuis Mijn Genoegen woont.

Rustig aan doen is niet aan Cees Kruk besteed. Ook niet nu hij onlangs 78 jaar is geworden. De rasechte Enkhuizer baant zich met een brede glimlach, flink werklust en stevige dosis humor door het leven. En dat terwijl Kruk zeven jaar geleden de dood in de ogen keek. Vandaag de dag is hij schrijver met meerder publicaties op zijn naam en Kruk tikt nog vrolijk door. ,,Plannen genoeg!’’

Het was een ongelukkige val waarbij Kruk, die het grootste deel van zijn leven voorname functies vervulde in de bloemzaadteelt en handel, zeven jaar geleden zijn enkel brak. ,,Normaal loop je dan na een week of zes weer als een kieviet. Nou, in mijn geval niet dus’’, blikt hij terug op de moeilijkste fase van zijn leven. Een bacteriële infectie opende de aanval op het lichaam van Kruk. Zes keer werd hij getroffen door een sepsis (bloedvergiftiging). Kruk werd gespaard, want ook een hartstilstand kreeg niet het laatste woord. Ongeschonden kwam hij de strijd echter niet door.

Dat hij sindsdien is veroordeeld tot een rolstoel omdat een deel van zijn linkerbeen is geamputeerd, lijkt zijn levenslust en -vreugde niet te hebben beïnvloed. ,,Niet helemaal in ieder geval. In die tijd hebben we echt wel moeilijke momenten gekend. Je wordt stilgezet en dat is niet zonder bedoeling. Toch wilden mijn vrouw en ik snel weer vooruit kijken en zo goed mogelijk om wilden gaan met de nieuwe situatie.’’

Zijn vrouw, Jannie Kruk-Kooiman roept met een glimlach ‘doperwten’ als ze terugdenkt aan de periode waarin haar man moest herstellen. ,,Veel zaken moest Cees opnieuw leren. Zijn motoriek en zijn geheugen hadden een flinke knauw gekregen’’, legt ze uit. ,,Veel oefenen was het devies. Het eten van doperwten bleek een goede training. In het begin lag driekwart van de doperwten op de vloer. Maar het werden er elke week minder.’’

Het was een tijd waarin Kruk moest wennen aan de nieuwe realiteit. Aanpassen dus, maar hij bleek over een volhardend karakter te beschikken. Onvermoeibaar oefende hij en werd zo steeds meer de oude. Al snel kon hij zijn huidige passie schrijven oppakken. Overigens is hij als adviseur ook nog altijd actief in de wereld van de bloemzaden.

Schrijven doet Kruk vooral over twee werelden die hem dierbaar zijn. De bloemzaden - binnenkort komt deel twee uit van zijn driedelig naslagwerk ‘Een bloemrijke geschiedenis’ – en ‘zijn’ stad Enkhuizen. ,,Geen boeken voor een groot publiek. Rijk word je er niet van’’, zegt hij met een lach. ,,Maar toch is er nog een heel behoorlijk aantal van gedrukt, dus er is wel genoeg interesse. Dat vind ik leuk. Zo af en toe kunnen we er wel met hele gezin lekker van uit eten.’’

Naast deel één van zijn trilogie schreef Kruk onder andere het boek ‘Het reilen en zeilen van Enkhuizers’ met verhalen over historische figuren uit de Haringstad en ‘Van Ansjoviskerkje tot Ontmoetingskerk’ over de kerkgeschiedenis van de Gereformeerde Gemeente te Enkhuizen. Het onderstreept zijn band met de Haringstad. ,,

Jannie en ik zijn allebei echte Enkhuizers. Ik ben voor mijn werk heel de wereld over geweest, maar heb er nooit over gedacht om Enkhuizen in te ruilen voor een andere plek. Mijn favoriete plek? Ach, dat zijn er zoveel. Hoewel ik altijd een bijzondere band heb gehad met de haven, de Harlingersteiger, het Vuurtje en ’t Suud. In mijn jonge jaren was ik daar veel te vinden. En ook nu kom ik er nog graag. Ik ben geïnteresseerd in geschiedenis en zeker als het Enkhuizer verleden betreft. Over die combinatie zou nog zoveel te schrijven zijn.’’

Kruk werd geboren aan de Modderpomp, tegenwoordig de Noordergracht. Vanaf daar volgde een reis door heel Enkhuizen. Met zijn vrouw ging hij samenwonen aan de Breedstraat om na enkele jaren te verhuizen naar het buitengebied aan de Oosterdijk. Het huis stond naast het bloemzaadbedrijf dat door onder andere zijn vader was opgericht. Kruk is enige tijd directeur geweest van het bedrijf tot het werd overgenomen. ,,Prachtig huis hadden we daar. Staat er nog steeds’’, vertelt Kruk. ,,Een grote tuin waarin ik mij heerlijk kon uitleven. We hebben daar een mooie tijd gehad. Vooral de rust en ruimte spraken ons aan.’’

Enkele jaren later toog de familie Kruk naar een fraaie woning aan het Wilhelminaplantsoen. ,,Toen de kinderen eenmaal het huis uit waren, werd het te groot. Dus gingen we weer op zoek naar een nieuwe woning die beter bij onze levensfase paste.’’

Dat werd het theehuis, gebouwd in 1772 aan het Handvastwater. ,,De cirkel is weer rond. Want hier om de hoek ben ik geboren’’, zegt Kruk tevreden. ,,Ik heb een fijne werkkamer met uitzicht op het water. Een plek waar ik mij optimaal kan bezighouden met schrijven. Heerlijk.’’