Semeinszstraat

De Semeinszstraat is een hommage aan de familie Semeyns, een geslacht dat in 1572 veel betekende voor Enkhuizen, en dat daarna vele regenten telde. Een kleine en eenvoudige straat, met herinneringen aan een grote en imposante historie.

Welgesteld

Vader Simon Meindertz. Semeyns, alias De Ouwe, had acht kinderen en was koopman van beroep. Semeyns was in het begin van de Tachtigjarige Oorlog een welgesteld man. Hij exploiteerde vier zoutketen, verschillende timmerwerven, touwbanen en rederijen en was eigenaar van ‘De Blaeue Pynas’, een pand aan de oostkant van de Breedstraat. Semeyns behoorde bij de notabelen, was ‘de nye leer’ toegedaan en trouw aanhanger van Prins Willem.

Enkhuizen voor de Prins

Gedurende vijf jaar moest Semeyns, vanwege zijn overtuigingen, meerdere keren vluchten, en op 22 oktober 1568 werd hij door Alva uit Enkhuizen verbannen. Het beheer van zijn goederen kon hij overlaten aan zijn schoonzoon, Pieter Luitjesz. Buyskes. In 1572, vier jaar na zijn verbanning, keerde Semeyns terug naar Enkhuizen, met een commissiebrief van Oranje op zak. Daarmee nam hij de stad namens de Prins in. Na terugkomst in de stad rustte hij schepen uit, voerde er het bevel en vocht onder meer mee in de slag op de Zuiderzee.

Moedig

Semeyns was een moedig man: tijdens zware vervolging van protestanten organiseerden hij godsdienstoefeningen in zijn zoutkeet. De geloofsovertuiging zat zo diep dat hij boeken over de Calvinistische geloofsleer in het Spaans liet drukken, ter verspreiding onder gelovigen in Spanje. Die moed zat in de familie: ook de zonen lieten van zich horen, vooral tijdens de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog. De Semeynszonen zijn onder meer terug te vinden als koopman, stadsbestuurder en overheidsfunctionaris. In het koor van de Westerkerk is een lofdicht van Jan de Jongh de Jonghe (zie kader) te vinden ter nagedachtenis aan de familie. Het werd er ter gelegenheid van het tweede eeuwfeest van de bevrijding van de Spanjaarden geplaatst.

Op het metalen wapen der Semeynen Toen Hollands vrijheid rees uit Albaas tyranye En ons Enkhuizen ’t eerst zich van den dwang ontsloeg Die ligchaam drukte en siel was voor ’t Semeyns genoeg Zijn schat verspeelt te zien ten val der dwingelandije De erkentenis hield dien naam twee eeuwen reeds in waarde Zoo duurzaam is de jeugd die ijzer tart en staal Waartoe dan nog dit werk vereeuwigd door metaal? Uit zorg of Holland gantsch van de eelste deugd ontaardde.

De titel van een toneelstuk van Anthony Bartelink luidt ‘Enkhuizen of Grondsteen tot vryheit’. Hierin schrijft hij over Enkhuizen als de ‘sleutel van Westvriesland’. Gedachte was dat Enkhuizen een belangrijke (misschien zelfs de belangrijkste) rol had in de opstand tegen de Spaanse macht. Pieter Simonszoon Semeyns, de officier, is een van Bartelinks helden. In de tweede akte staat deze redevoering:

‘Enkhuizen! Nu begint uw Vryheit te genaken. Houw Moed, ô Burgerij! Houw moed, het zal welgaan, Wy zullen eerst dags op onze eigen beenen staan, Ten spyt van Alba, die ons drukt in yzeren banden. Enkhuizen! Gy zult, met uw Maagdelijke handen, De eerste grontsteen tot de Vryheid leggen, ’t Gaat Reets goed, daarom houw moed. Gods wakk’re voorzorg staat Voor in ’t harnas.

Bronnen: Het reilen en zeilen van Enkhuizers, Cees Kruk Vereniging Oud Enkhuizen