Groe(n)ten uit Enkhuizen. Dit keer Meta en JanPeter de Quack

In de rubriek ‘Groe(n)ten uit Enkhuizen’ interviewt de Enkhuizer elke keer iemand met een moestuin. Dit keer: Meta en JanPeter de Quack.

Ruim veertig jaar geleden verhuisden PeterJan en Meta de Quack vanuit Amsterdam naar Enkhuizen. Achter hun gloednieuwe huis op de Laars begonnen ze een moestuin. ‘Daar was nog niets gebouwd. Dat was wel de bedoeling, maar zo lang het nog braak lag, konden wij er mooi onze eigen sperziebonen en komkommers neerzetten. Dat hebben we daar een jaar of zeven kunnen doen.’

Zolder

Toen de huizen daar uiteindelijk toch kwamen, hadden Meta en PeterJan jarenlang geen moestuin. Maar de zolder bleek een goed alternatief. ‘Daar is het heel licht en zonnig, en het is een grote ruimte. Toch stond het er soms zo vol dat je er bijna met een kapmes doorheen moest!’ Inmiddels zitten Meta en PeterJan al zo’n vijftien jaar op het moestuincomplex bij de Koepoort, waar ze twee stukken tuin bewerken. De kans om daar te beginnen, grepen ze met beide handen aan.

Intuïtie

De in Indonesië geboren en getogen PeterJan voelt zich voorbestemd om boer te worden. ‘Dat was ook vast gebeurd als ik daar was gebleven. Maar het liep anders: toen ik vijftien was, besloten mijn ouders naar Nederland te verhuizen. Ik heb hier een fijn bestaan opgebouwd, maar mijn roots zijn me altijd bijgebleven. Ik heb bijvoorbeeld geleerd om vanuit mijn intuïtie te leven. En om te luisteren naar de natuur. Ik voel bijvoorbeeld aan wanneer een gewas de grond in moet. Dat is een diep ‘weten’, de aarde vertelt me dat. Die samenspraak met moeder aarde is de basis van onze moestuin.’

Efficiënt

‘Onze efficiënte manier van moestuinieren staat nog weleens haaks op dat wat andere tuinders denken en doen. Zo spitten we onze grond niet om na het seizoen, maar bedekken we het met worteldoek. In maart halen we dat weer weg, stukje voor stukje, en dan rullen we de aarde weer wat los. Het onkruid dat er nog staat, vormt uitstekende voeding voor wat we inzaaien. Dat is heel effectief: het scheelt veel werk en het levert nog voedingsstoffen voor de bodem op ook. Die efficiëntie heeft me hier de titel ‘luie Indonesische boer’ opgeleverd!’ ‘Van nature ben ik heel doelmatig. Dat was handig voor mijn technische beroep, maar ook hier komt het van pas. Doordat ik alles opschrijf van wat ik doe voor de moestuin, is alles te herleiden: wanneer ik iets ingezaaid heb en wanneer het kiemt, enzovoorts. Zo kan ik conclusies trekken en het een volgende keer misschien eens anders aanpakken. Ik kan heel gefocust werken. Ik maak hier soms dagen van negen uur. Als Meta dan met wat te eten aankomt, roepen ze hier ‘opgepast, controle!’ En ja, ook dat sociale is een mooie kant aan de tuin. Iedereen kent iedereen, kennis, zaden en informatie worden uitgewisseld, maar ook lief en leed wordt gedeeld. Een bijzondere plek!’

Snackbar

Ook Meta is graag in de tuin te vinden. ‘Het is zo heerlijk hier. Alleen al hier zijn is mooi. Even aan de waterkant zitten is zo rustgevend. Hoe langer je zit, hoe meer je ontdekt: de rietzanger, een torenvalk, de groene specht, winterkoninkjes. Maar ook bijen, vlinders en andere insecten, er is hier zoveel te zien en te horen.’ ‘We leven zo dicht mogelijk bij de natuur. We krijgen veel van moeder aarde, zoveel dat we de oogst ruim kunnen delen met anderen. We geven we moeder aarde ook graag iets terug, en daarom laten we in het najaar veel staan. Uitgebloeide planten zijn voor veel insecten namelijk nog een soort snackbar!’

Smeerwortel en brandnetel

Voor het bestrijden van allerlei ongewenste indringers hebben PeterJan en Meta allerlei natuurvriendelijke oplossingen. Meta: ‘Chemische bestrijdingsmiddelen zijn hier echt taboe, en ze zijn ook echt niet nodig. Een mengsel van smeerwortel en brandnetel is enorm effectief tegen beestjes die je niet in je sla wilt hebben, en nog eens stikstofrijk ook, heel belangrijk voor de groei van planten. En de Oost-Indische kers is een echte luizentrekker: die zetten we naast gewassen die daar gevoelig voor zijn.’

Een schuur vol wijn en zuurkool

artisjokken, tomaten, mais, sperziebonen, pepertjes en wat al niet meer is er een speciale plek voor de druiven. PeterJan: ‘Bij de druiven ontdekten we dat we meer soorten hadden dan de ene die we geplant hadden. Het leek me leuk om daar wijn van te maken, dus daar ben ik mee gaan experimenteren, thuis, in de schuur. In het begin zag het er wel wat bedenkelijk uit: de drab, dat geborrel, de geur, dat leek niet meteen een succes te worden. Maar toen we proefden, waren we om! Inmiddels hebben we 32 liter wijn, van druiven uit onze eigen tuin!’ Naast de wijn fermenteert witte kool tot zuurkool. ‘Dat gebeurt in een echte Keulse pot. Wij komen de winter wel door met al het goede van de moestuin!’